top of page

Telefoon: 0032 488 832 642.                1

  • Instagram
  • Facebook
dd76a1_b4ec478f12b947c3bffb186271cab904~mv2.gif

Ik eet gezond……of toch niet?

  • 7 jun
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 18 jun

Het verschil tussen de Westerse en Chinese kijk op gezonde voeding.





Wanneer ik mensen vraag wat ze ’s morgens eten, krijg ik vaak antwoorden zoals:


● yoghurt met fruit

● een smoothie

● granola met noten en zaden

● een banaan onderweg naar het werk


Vanuit de westerse voedingsleer zijn dat vaak gezonde keuzes. Ze bevatten vitamines, mineralen, vezels en gezonde vetten.


Toch hoor ik regelmatig dezelfde opmerkingen:

“Ik ben altijd moe.”

“Ik heb het voortdurend koud.”

“Mijn buik voelt opgeblazen.”

“Ik heb weinig energie.”

Dat roept een interessante vraag op.

Hoe kan het dat iemand gezond eet en zich toch niet beter voelt?

Het antwoord heeft voor een deel te maken met de manier waarop we naar voeding kijken.



De westerse voedingsleer kijkt naar wat er in voeding zit


Binnen de westerse voedingswetenschap wordt voeding vooral beoordeeld op basis van haar samenstelling.

Men onderzoekt bijvoorbeeld:

● hoeveel eiwitten een voedingsmiddel bevat

● hoeveel vetten en koolhydraten erin zitten

● welke vitamines en mineralen aanwezig zijn

● hoeveel calorieën het levert


Dankzij deze kennis weten we veel over tekorten, overgewicht en de rol van voeding bij het voorkomen van ziekte.

Wanneer iemand bijvoorbeeld een magnesiumtekort heeft, zal men bekijken hoe dat tekort kan worden aangevuld via voeding of supplementen.

De focus ligt dus vooral op de voedingsstoffen die voeding bevat en hoe deze het lichaam beïnvloeden.


De Chinese geneeskunde kijkt naar de energetische werking van voeding


De Chinese geneeskunde stelt een andere vraag.

Hoe komt het dat jouw lichaam een tekort heeft opgebouwd? Welke processen functioneren minder goed? En wat heeft jouw lichaam nodig om opnieuw in balans te komen?

Daarom kijkt de Chinese geneeskunde niet alleen naar voedingsstoffen, maar ook naar de energetische werking van voeding.


Neem bijvoorbeeld een ontbijt met yoghurt, banaan, noten, zaden en cacao.

Vanuit de westerse voedingsleer bevat dit ontbijt heel wat waardevolle voedingsstoffen.


Binnen de Chinese voedingsleer worden yoghurt en banaan echter beschouwd als eerder verkoelende voedingsmiddelen.

Voor iemand die vaak koude handen en voeten heeft, weinig energie ervaart of snel een opgeblazen gevoel krijgt, kan zo’n ontbijt minder goed aansluiten bij wat het lichaam nodig heeft.

Bij dergelijke klachten wordt soms eerder gekozen voor een warm ontbijt, zoals havermoutpap met gestoofde appel en kaneel. Niet omdat dit ontbijt per definitie gezonder is, maar omdat het voor sommige mensen gemakkelijker verteerbaar kan zijn en de spijsvertering meer ondersteunt.

Dat betekent niet dat yoghurt, fruit of smoothies slecht zijn.

Het betekent wel dat de Chinese geneeskunde een andere vraag stelt:

Niet: “Is dit gezond?”

Maar:

“Ondersteunt deze voeding mijn lichaam op dit moment?”



Met welke aspecten van voeding houdt de Chinese geneeskunde rekening?



1. Voeding heeft een temperatuur

Dat betekent niet dat voeding letterlijk warm of koud is, maar dat ze een verwarmende of verkoelende werking heeft op het lichaam.

Een komkommer wordt bijvoorbeeld beschouwd als verkoelend, terwijl gember eerder verwarmend werkt.

Ook de bereidingswijze speelt een rol. De verkoelende werking van komkommer kan bijvoorbeeld gedeeltelijk worden verminderd door er soep van te maken.

Iemand die het voortdurend warm heeft, snel transpireert of last heeft van hitteklachten kan baat hebben bij meer verkoelende voeding.

Iemand die vaak koude handen en voeten heeft, weinig energie ervaart en snel afkoelt, heeft meestal meer behoefte aan verwarmende voeding.

De Chinese voedingsleer kijkt dus niet alleen naar het voedingsmiddel, maar ook naar de persoon die het eet.


2. Voeding heeft ook een smaak


Binnen de Chinese voedingsleer worden voedingsmiddelen ingedeeld volgens vijf smaken:


● zuur

● bitter

● zoet

● scherp of pikant

● zout


Elke smaak heeft een specifieke werking in het lichaam.

Zure smaak


De zure smaak wordt geassocieerd met de Lever. Ze heeft een samentrekkende en bewarende werking. Denk bijvoorbeeld aan citroen, limoen, pruim, granaatappel, azijn en zuurkool. Deze voedingsmiddelen helpen volgens de Chinese voedingsleer om energie en lichaamsvloeistoffen vast te houden.


Bittere smaak


De bittere smaak wordt geassocieerd met het Hart. Ze heeft een drogende en afdalende werking. Denk bijvoorbeeld aan witloof, rucola, andijvie, artisjok, groene thee en cacao. Deze voedingsmiddelen worden binnen de Chinese voedingsleer gebruikt om warmte af te voeren en overtollig vocht te helpen verminderen.


Zoete smaak


De zoete smaak wordt geassocieerd met de Milt. Ze heeft een voedende en harmoniserende werking. Denk bijvoorbeeld aan pompoen, wortel, zoete aardappel, haver, rijst en dadels. Deze voedingsmiddelen ondersteunen volgens de Chinese voedingsleer de spijsvertering en helpen bij de opbouw van Qi en Bloed.


Scherpe of pikante smaak


De scherpe smaak wordt geassocieerd met de Longen. Ze heeft een verspreidende en bewegende werking. Denk bijvoorbeeld aan gember, ui, prei, lente-ui, radijs en kaneel. Deze voedingsmiddelen helpen volgens de Chinese voedingsleer om energie en circulatie in beweging te brengen.


Zoute smaak


De zoute smaak wordt geassocieerd met de Nieren. Ze heeft een verzachtende en naar beneden leidende werking. Denk bijvoorbeeld aan zeewier, miso, tamari, mosselen en andere schaal- en schelpdieren. Deze voedingsmiddelen worden binnen de Chinese voedingsleer geassocieerd met het voeden van de Nieren en het verzachten van hardheden.



Dit betekent niet dat we van elke smaak evenveel moeten eten, maar wel dat smaken volgens de Chinese geneeskunde meer zijn dan alleen een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Ze hebben ook een energetische werking en een orgaanaffiniteit.




Tot slot


Binnen de westerse voedingsleer wordt vooral gekeken naar de eigenschappen van voeding zelf: welke voedingsstoffen ze bevat en welke effecten deze in het algemeen hebben op het lichaam.

De Chinese geneeskunde voegt daar een extra dimensie aan toe. Ze kijkt ook naar de energetische werking van voeding en naar de persoon die ze eet.

Daardoor kan voedingsadvies beter worden afgestemd op wat iemand op dat moment nodig heeft. Wat voor de ene persoon ondersteunend is, kan voor iemand anders minder passend zijn.

Gezonde voeding is vanuit die visie dus niet alleen een kwestie van wat je eet, maar ook van de vraag of die voeding aansluit bij jouw unieke balans.


 
 
bottom of page